Op de achterzijde van ons parochiemagazine ONE staat een nieuwe rubriek ‘Ik geloof’. Emiel de Roover, parochiaan te Abcoude, is de eerste gelovige die gehoor heeft gegeven aan de oproep om te laten weten wat hij nu eigenlijk gelooft. Omdat zijn tekst te lang was voor de achterzijde van de ONE, staat daar een samenvatting. Hier treft u zijn volledige tekst aan.
Ik geloof – Emiel de Roover
Hoe kan ik wat ‘ik geloof’ samenvatten?
Ik kan het alleen onverbloemd vanuit mijn hart opschrijven:
Mijn levensmoto luidt: hoop, geloof en liefde, in die volgorde. Dat het leven niet over rozen gaat is geen cliché maar een waarachtigheid. In de tachtig jaar dat ik inmiddels mag leven heb ik voor- en tegenspoed gekend. De dood loopt als een rode draad door ieders leven. Zij discrimineert niet. Als je jong bent, verlies je je grootouders, later je ouders. Weer later je zusters, neven, nichten en goede vrienden. Je geeft het een plek.
De grootste knock-out was voor mij het overlijden van mijn grote liefde, Irene, waar ik vijf en vijftig jaar lief en leed mee deelde. Toen zij overleed in januari 2023, overleed ik mede. Ik heb drie zware jaren doorgemaakt om dit te aanvaarden en mijn leven weer op de rails te krijgen. Daarbij heb ik altijd de ‘hoop’ gehouden dat aan alle lijden een eind zou komen. Ik hield me vast aan wat Lucas schreef: moest de Christus dit alles niet lijden al voordat hij de hemelpoort binnen ging? Ook het werk van Thomas a Kempis -In navolging van Christus- bood mij houvast. Ik hervond mezelf en God en vond ook een antwoord op mijn lijden door viermaal in retraite te gaan in de Abdij van Egmond. Ik trad er ‘bezwaard’ binnen en ging ‘verlicht’ naar buiten. Concreet, ‘hoop’ is mijn eerste pijler.
In mijn visie bestaat er geen toeval, er is een macht die wij benoemen als God. Hij neemt je bij de hand op je levenspad, alles heeft een begin en een eind. Met andere woorden, aan alle lijden komt een eind. Of populair gezegd, er komt altijd licht aan het eind van de tunnel.

Dit in een woord te vatten leidt tot pijler twee: ‘geloof’.
In het voorjaar van 2025 voelde ik mij niet in orde. In september 2025 bereikte dit zijn climax. Na allerlei onderzoeken bleek ik een bloedziekte te hebben. Ik heb toen zeven dagen in het ziekenhuis gelegen. De diagnose van de hematoloog en internist luidde: “U bent ernstig ziek. Een chemokuur met kans op genezing is de enige optie.” Zonder chemokuur zou ik in een hospice belanden.
Ik koos voor de chemokuur, temeer ik na een ruime periode van rouwverwerking mijn leven weer op de rails had. Naar de kerk gaan zat er in 2025 niet meer in. Dat bleef niet onopgemerkt bij de geloofsgemeenschap van de HH. Cosmas en Damianus te Abcoude. Omzien naar elkaar is de regel van de geloofsgemeenschap Cosmas en Damianus. Geen cliché, maar een waarachtigheid: ik heb bloemen, kaarten en aandacht van medeparochianen ontvangen.
Het bovengenoemde in concreto is mijn derde pijler: ‘liefde’.
Geloven – verbinden – weerstand
Mijn geloof geeft mij houvast: hoe zou het zonder mijn geloof gegaan zijn? Zou ik alcoholist geworden kunnen zijn of zwaar verbitterd? Mezelf hebben verwaarloosd?
Verbinden maar niet opdringen
Buiten de geloofsgemeenschap kom ik veel met andere mensen in aanraking. Door de eetclubjes op dinsdag- en donderdagavond zit ik aan tafel met allerlei mensen van diverse geloofsrichtingen en politieke overtuigingen. Niet om mezelf te profileren, maar als er ter sprake komt of ik geloof, geef ik daar een eerlijk antwoord op: praktiserend RK.
De reactie van sommige met verbazing, jij RK? Ja zeker, ik ben praktiserend RK.
Weerstand
Weerstand ondervind ik zeker. Hoe kun je nu in God geloven nu je zo ziek bent? Mijn antwoord: juist nu vind ik God en Hij neemt mij bij de hand. Ook krijg ik vaak opmerkingen wat de RK kerk allemaal verkeerd heeft gedaan. Als historicus/genealoog weet ik de kritiek wel te pareren en kan ik er de goede dingen van de kerk tegenoverstellen. Alles heeft twee kanten en soms wel drie.
Koers
De koers die ik vaar, vaar ik zonder een werelds kompas. Ik ben rooms-katholiek en dat ga ik zeker niet in mijn sociale contacten wegmoffelen. Ook ben ik een tevreden man, tevreden met mijn leven, gesterkt door mijn geloof. Samenvattend heb ik twee heel goede keuzes in mijn leven gemaakt: in 1969 mijn huwelijk met Irene na twee verlovingsjaren èn mijn rooms-katholieke doop in 1983 door pastoor Gademan in de HH. Cosmas en Damianuskerk in Abcoude.
Aldus: Camillus-Hippolytus de Roover, in de marge Emiel
Amsterdam-IJburg, 28 februari 2026