Zoeken


Handelingen 10: 34 en 35: “Petrus nam het woord en sprak: “Nu besef ik pas goed, dat er bij God geen aanzien des persoons bestaat, maar dat uit welk volk ook ieder die Hem vreest en het goede doet, Hem welgevallig is. ”

Wij zijn allemaal geschapen door God en Hij heeft ons allemaal lief. Wat wij gaan doen in ons leven is bepalend voor wat voor een mens wij worden. Wanneer wij een ander kwaad doen, dan gaan wij tegen de liefde in die God zelf is en wat Hij daarvan aan ons gegeven heeft. Voor God zijn wij in die zin allemaal gelijk. We zijn allemaal met zijn adem ingeblazen en wie je ook bent, Hij is op zoek naar je. Hij verlangt om contact met ons te hebben, zoals een ouder naar zijn/haar kind. Soms dwalen kinderen van ons af en in de pubertijd ervaren ouders daar altijd iets van. De communicatie wordt dan moeilijker en soms lijkt het of je je kind verliest. Gelukkig komt het daarna meestal in orde en herstelt het contact weer en wordt wellicht nog intensiever. Wanneer dat contact niet herstelt of blijvend beschadigd is, geeft dat veel verdriet. God de Vader is niet anders en zijn ogen speuren de wereld af op zoek naar mensen die Hem niet kennen, niet meer kennen en naar wie Hij zoekt om ze terug te vinden. Wanneer dat lukt, dan is de verbinding, het contact beter dan het was. Laten wij ons vinden door God, dan worden wij daar gelukkig van.