Wegbereider


Jesaja 40: 3 en 4 “Hoort, iemand roept: `Bereidt de Heer een weg in de woestijn, in het dorre land een rechte baan voor onze God. Elk dal moet worden opgehoogd, en elke berg en heuvel afgegraven; oneffen plekken moeten vlak gemaakt worden en ruige gronden worden vrijgelegd. ”

De adventtijd is een periode van een oproep. Een oproep om ons voor te bereiden op de komst van Jezus. In deze tekst wordt opgeroepen om een vlakke weg te maken. Dat betekent dat we alle hobbels in ons leven onder ogen zien en verkeerde gedachten en praktijken wegdoen. Een periode van bezinning en reflectie. Wanneer we Kerstmis goed willen vieren, dan is het van belang dat we een zuiver hart en geweten hebben. Dat we in harmonie leven met onze omgeving en ons oog open hebben voor onze naaste. We zien uit naar het vredesfeest bij uitstek en daar hoort ook de innerlijke vrede bij. Heb ik vrede met God en mijn naaste zoals ik dat met mijzelf heb. Heb ik vrede met mijzelf? Heb ik vrede met mijn naaste? Neen, dan is deze periode ervoor om die hobbels en kuilen te effenen en zo de weg naar de geboorte van Jezus voor te bereiden. Een kind straks in de kribbe. Dat vraagt aan ons om te leren bukken bij het teerste wat we kennen. Het vraagt om een nederig hart.