Vrijheid in liefde


Galaten 5: 13 en 14: “Broeders en zusters, gij werd geroepen tot vrijheid. Alleen, misbruik de vrijheid niet als voorwendsel voor de zelfzucht. Integendeel, dient elkander door de liefde. Want de hele wet is vervat in dit ene woord: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf.”

Al gelovigen leven wij in vrijheid. Velen om ons heen denken het tegenovergestelde. Zij denken dat je als gelovige niets mag, aan heel veel regels bent gebonden en het niet leuk is om te geloven. Integendeel zelfs. Juist als gelovigen hebben we een enorme vrijheid. Paulus beschrijft het als het ene woord waaraan we moeten voldoen. Dat daaruit vanzelfsprekend beperkingen voortvloeien is duidelijk. Je naaste liefhebben als jezelf betekent immers dat je de naaste het beste toewenst en zorgt dat hem/haar geen leed door jou overkomt.

De geschiedenis van de kerk laat zien dat er heel vaak wel over allerlei regels is gesproken en afgedwongen, terwijl er alleen een liefdeswet geldt. De Nederlandse staat kent veel meer regels dan de kerk en die accepteren we meestal zonder morren. De kerk kent alleen een liefdesregel, waaruit wel gevolgen voortvloeien. Die zouden we met alle blijdschap en liefde willen uitvoeren. Wat goed voor jou is, wens je ook de andere toe. Wat een geweldige wet is dat toch.