Vergeving


Kolossenzen 2: 12: “Ook u die dood waart ten gevolge van uw zonden en uw morele onbehouwenheid heeft God weer levend gemaakt met Hem. Hij heeft ons al onze zonden vergeven.”

Wanneer je iets fout doet, iemand anders pijn doet of iemand beschadigt, dan lijkt het of er iets sterft in de relatie met de ander. Het vertrouwen kan verdwijnen, boosheid kan opspelen en er kan verwijdering ontstaan. Vergeving is dan nodig om de verhouding te herstellen en er is meestal tijd nodig om het vertrouwen weer terug te krijgen. Dat is niet alleen tussen mensen, het is ook tussen God en ons. Door het offer van Jezus zijn echter al onze zonden vergeven wanneer we deze oprecht belijden. Dan is de breuk hersteld en is de relatie weer goed. Bij mensen hebben we daar soms tijd voor nodig, bij God is dat onmiddellijk.

In het Onze Vader bidden we dat onze eigen zonden vergeven worden zoals wij ook anderen hun zonden vergeven. Jezus legt daarmee een relatie tussen God en onze naaste. Daar zit geen verschil tussen, het hoort bij elkaar. Dat kan heel moeilijk zijn, maar we hoeven dat niet alleen te doen, ook daarvoor geeft God kracht wanneer we erom vragen.