Tent en tempel


2 Samuel  7:  5 en 6: “Zeg aan mijn dienaar David: Zo spreekt de Heer: Gij wilt voor Mij een huis bouwen en Mij daarin laten wonen? Ik heb nooit in een huis gewoond, sinds de tijd dat Ik de Israëlieten uit Egypte geleid heb tot vandaag toe; steeds ben Ik meegetrokken in een tent, waar Ik in verbleef.”

Woont God in de kerk of is dit gebouw belangrijk voor hem? David wil een tempel bouwen en God laat weten dat Hij altijd in een tent heeft gewoond en dat geen enkel probleem vindt. Het is meer dat David zelf in een paleis woont en hij dat wel een erg scheef beeld vindt. Met Jezus woont God in ons hart en heeft Hij feitelijk geen gebouw meer nodig. Toch komen wij in gebouwen samen en daar is het sacrament van brood en wijn altijd aanwezig. Wij zeggen daarmee dat Jezus altijd in de kerk aanwezig is. Het is echter geen noodzaak. Overal waar twee of drie in mijn naam aanwezig zijn ben Ik in hun midden, zegt Jezus. Het gaat God niet om het gebouw, maar om ons hart, daar wil Hij wonen en aanwezig zijn. het kerkgebouw helpt ons om samen te komen en God de eer te geven die hem toekomt. Het gebouw is echter niet het doel. God woont net zo lief in een tent, zolang het maar uit ons hart komt.