Pinksteren


1 Korintiërs 12: 6 en 7: “Er zijn allerlei soorten werk, maar er is slechts een God, die alles in allen tot stand brengt. Maar aan ieder van ons wordt de openbaring van de Geest meegedeeld tot welzijn van allen.”

 Het is Pinksteren. Niet alleen een terugdenken aan het eerste Pinksterfeest van hoe het toen gegaan is. Pinksteren is niet zozeer een herinneringsfeest als wel een vraag om opnieuw en steeds weer Gods Geest te mogen ontvangen. Er is veel goed werk om te doen, zowel in de diaconale praktijk als in de geestelijke zorg voor mensen. Paulus wijst ons er op dat het allemaal uit God voortkomt. God geeft onze gaven niet voor onszelf, ook al profiteren en genieten we er zelf ook van. Neen, de gaven die we ontvangen zijn voor het geheel van de gemeenschap van gelovigen en ver daarbuiten. Het is uiteindelijke gegeven voor de heelheid van de schepping.

Leven vanuit het besef dat je onderdeel maakt van een groter geheel, helpt ons om de mensheid als een grote familie te zien. Zo kijkt de kerk naar de mensheid en zo kijkt God naar de mensen. Hoewel allemaal afzonderlijke en unieke schepsels, zijn we aan elkaar gegeven. Daarom deelt God zijn gaven ook aan ieder mens uit. Zo vormen wij één lichaam zoals Paulus verderop in dit hoofdstuk beschrijft. Pinksteren is daarom ook wel het feest van de éénwording. De Geest brengt iedereen bij elkaar.