Goed nieuws


Jesaja 61: 1en 2a “De geest van mijn Heer, rust op mij, want de Heer heeft mij gezalfd. Hij heeft mij gezonden om de armen het blijde nieuws te brengen, om te verbinden wier hart gebroken is, om aan de gevangenen vrijlating te melden, en aan de geboeiden de terugkeer naar het licht; om een jaar van de Heer zijn genade te melden.”

Deze tekst uit Jesaja komt ook in het evangelie voor wanneer Jezus deze in de synagoge leest in Nazareth. Iedereen in de synagoge is blij dat Hij dit voorleest. Jezus als weldoener, iemand die mensen geneest, dat bevalt hen wel. Jezus gaat het echter niet om de wonderen die aan het lichaam gebeuren, hoe belangrijk dat ook voor iemand kan zijn. In eerste instantie gaat het hem om de genezing van ons innerlijk. Om een hart dat gebroken is, om iemand te bevrijden uit zijn innerlijke gevangenis, om de boeien van depressie, angst en eenzaamheid te verbreken. Om een periode van genade af te kondigen. Hoe doet Hij dat? Door zijn leerlingen (en dat zijn wij) duidelijk te maken hoe wij behoren om te zien naar elkaar en door liefde en aandacht de lasten van elkaar te dragen en te verlichten. Dat wij in deze adventtijd een lichtje leren worden voor elkaar.