Gastvrijheid


2 Koningen 4: 8 en 9: “Op zekere dag kwam Elisa langs Sunem. Daar woonde een welgestelde vrouw, die hem met aandrang uitnodigde, bij haar te komen eten. En iedere keer dat hij in het vervolg daar in de buurt kwam, ging hij daar eten. Daarom zei de vrouw tot haar man: `Luister eens, ik heb gemerkt dat de man die altijd bij ons aankomt, een heilige man Gods is.”

Gastvrijheid is een vanzelfsprekende gewoonte in veel niet westerse landen. Wij zijn dat voor een groot gedeelte kwijtgeraakt. Niet zozeer voor hen die bij ons horen, maar wel voor de onbekende. Het komt veelvuldig in de Bijbel voor, gastvrijheid waardoor sommigen, zonder het te weten, engelen hebben uitgenodigd en te eten gegeven, zo schrijft Paulus. Bij Jezus zien we die gastvrijheid in de broodvermenigvuldigingen, in het aan tafel gaan bij Schriftgeleerden, bij tollenaars. Hij ging met iedereen aan tafel, nam hun gastvrijheid aan, was zelf gastvrij om mensen te ontmoeten. Wij verschuilen ons vaak achter gesloten deuren en gaan alleen om met hen die wij graag mogen. Jezus zegt totaal iets anders. “Hebt uw vijanden lief.” Laten wij beginnen met gastvrij te zijn met iedereen die we ontmoeten. Als kerk onze deuren opengooien voor iedereen die we tegenkomen en welkom heten. Zoals paus Franciscus zegt: “de kerk moet een toevluchtsoord zijn, een hospitaaltent.”  Laten we de deuren van ons hart en onze kerk openen en we zullen meemaken hoeveel er op zoek zijn naar de troostende woorden van God.