Boetseerder


Jesaja 64: 6 en 7 “Niemand is er, die uw naam nog aanroept, niemand, die de moed heeft te steunen op U; want Gij hebt uw gelaat voor ons verborgen, en ons prijsgegeven vanwege onze schuld. En toch, Heer, zijt Gij onze vader. Wij zijn de leem, Gij zijt de boetseerder, wij allen het werk van uw hand.”

Wanneer je het journaal bekijkt en de kranten leest, inclusief de crisis waarin we verkeren, dan lijkt het of God niet bestaat of zich heeft verborgen. In de Bijbel komt dit thema regelmatig terug. Het is niet alleen het gevoel van vandaag, maar van alle tijden. God heeft ons gemaakt in deze wereld die door hem is geschapen. Daarin heeft Hij ons geplaatst en gezegd: “Bewerk deze aarde en heers over haar.” Wij hebben de opdracht en de vrijheid gekregen om daarmee te doen wat ons goed dunkt, maar beter nog, om te doen wat goed is voor haar en haar bewoners. Het blijkt in de praktijk heel moeilijk te zijn om een rechtvaardige maatschappij in te richten. Toch is er heel veel liefde en goedheid te vinden, alleen dat haalt het dagelijks nieuws niet. Die liefde en goedheid hebben wij ontvangen van onze Schepper die de liefde zelf is. Wat doen wij er mee? Hoe handelen wij en beschouwen we onze naaste als onszelf. Ook in deze advent de kans om weer na te denken hoe wij het licht van Kerstmis in onszelf laten groeien zodat we in liefde en gemeenschap dat feest kunnen vieren.