Aartsengel Michaël


Daniël 12:1: “In die tijd zal de grote vorst Michaël opstaan om de kinderen van je volk te beschermen. Want het zal een tijd van nood zijn, zoals er eerder nog geen is geweest zolang er volken zijn. Maar al degenen van je volk, die in het boek staan opgetekend, zullen in die tijd worden gered.”

Tijden van nood zijn er veelvuldig geweest in de mensengeschiedenis. Grote rampen zijn de mensheid niet vreemd. In onze tijd waar we dachten dat we leefden in een maakbare wereld, komen we steeds meer tot de ontdekking dat die wereld niet zo maakbaar is. Het Coronavirus laat ons zien dat een nietig, onzichtbaar virus, de hele mensheid in de greep kan houden. De klimaatcrises, die we vooral voor ons uit schuiven naar onze kinderen en kleinkinderen, laat eveneens zien dat we die maakbaarheid wel kunnen vergeten. De Bijbel spreekt op veel plaatsen van tijden van nood. Op evenzovele plaatsen spreekt zij ook over verlossing en hulp. Het boek Daniël gaat daar grotendeels over. Denk maar aan Daniël in de leeuwenkuil en de drie vrienden in de brandende vuuroven. (Wanneer het je niets zegt, lees deze verhalen maar eens in het boek Daniël).

In tijden van nood wenden veel mensen zich tot God in de hoop dat er toch iemand of iets is wat ons overstijgt. De Bijbel leert dat God zich altijd het lot van de mensheid aantrekt. Ook in het boek Daniël gebeurt dat. Michaël is een machtige engel die Gods volk komt helpen. een teken van de trouw van God aan zijn kinderen. Het mag ons gerust stellen.