4e zondag van de Advent: de wet


Hebreen 10: 8 en 9a: “Eerst zegt Hij: `Slachtoffers en gaven, brandoffers en zoenoffers hebt Gij niet gewild, die konden U niet behagen’, hoewel de wet voorschrijft dat ze gebracht moeten worden. En dan zegt Hij: `Hier ben Ik, Ik ben gekomen om uw wil te doen’. ”

Veel mensen denken dat wanneer je gelooft er allerlei wetten en regels zijn waaraan je je moet houden. Ergens is dat zo en ergens ook weer niet. Bij het volk Israel was er een wet die precies voorschreef hoe je moest leven. Daarbij hoorde ook allerlei offers die je moest brengen voor verschillende gelegenheden en voor wanneer je gezondigd had. De schrijver van de Hebreeën maakt duidelijk dat God het daarom niet ging. Het gaat in het geloof niet over het volbrengen van allerlei wetten en regels. Het gaat om het volgen van God met je hart en om goed te doen naar je naaste. Daarmee wordt die hele wet van allerlei regels vervult.

Jezus kwam om de wil van de Vader te doen en zo te laten zien dat het niet om de wet gaat, maar om het hart. Juist Jezus ging nogal eens tegen de wet in wanneer de mens hierdoor in verdrukking kwam. Denk maar aan de overspelige vrouw of aan de vrouw bij de put in Samaria. Zo leert Jezus ons dat het gaat om goed te doen naar de mensen om ons heen. Daar kan een offer in zitten, het afzien van jezelf. Het kan een offer zijn om je tijd en geld aan anderen te besteden en af te zien van je eigen pleziertjes. Dan vervullen we de wet en zijn we navolgers van Jezus.