‘En het gaat niet meer over….’

‘En het gaat niet meer over…’

Binnenkort stopt Nel van Bekkum na 12 ½ jaar als lid en stevige trekker van de pastoraatgroep in Breukelen: geen luxe want Nel is inmiddels 85 jaar!!! Nel een beetje kennende, zou ze niet erg te porren zijn voor een stuk in de ONE in relatie tot haar afscheid. Bovendien sierde ze onze ONE in korte tijd al tweemaal. De heilige geest was met ons. Het thema ‘Geloof in de toekomst’ leek op het lijf van Nel en dat van haar kinderen en kleinkinderen geschreven. En gelukkig: Nel bleek hierover zeer enthousiast! En zij niet alleen: ook haar dochter Annemiek en haar kleinzoon Daniël waren positief en bereid om te praten over hun geloof in deze tijd. Onder het genot van een lekker kopje thee bij Nel thuis in ’t Heijcop, werd het een fijne ontmoeting.

Wie zijn er aan het woord?

Nel van Bekkum-van Breukelen:
85 jaar oud, weduwe van Henk, moeder van drie dochters en een zoon, Annemiek, Wilm, Marianne en Irene, oma van negen kleinkinderen, èn overgrootmoeder van acht achterkleinkinderen, waarvan er drie op 1, 2 en 10 augustus 2020 zijn geboren. Wat een wonder! Nel is een zeer actieve parochiaan in de geloofsgemeenschap van Breukelen. Ook heeft ze haar geloof kunnen doorgeven aan haar kinderen èn kleinkinderen. En, in oktober 2020 zijn drie achterkleinkinderen -tegelijk- tijdens een zondagse viering gedoopt.
Een geweldige gebeurtenis.

 

 

Annemiek Dijkhuizen-van Bekkum:
Oudste dochter van Nel, getrouwd met Arthur, moeder van Marcel, Sanne èn Daniël, en sinds augustus 2020 oma van drie (!) kleinkinderen Ruan, Finn en Rosalie.  Annemiek, 61 jaar oud, werkt op Broklede als mediathecaris. We kunnen zeker stellen dat de appel niet ver van de boom valt: ze is een betrokken en actieve parochiaan in Breukelen.

 

 

 

 

Daniël Dijkhuizen:
Daniël is 28 jaar en de 2e zoon en het jongste kind van Annemiek. Daniël en zijn vriendin Demi zijn de trotse ouders van Finn. Daniël werkt als leidinggevende in de horeca. Hij maakt er in zijn werk- en vriendenkring geen geheim van dat het geloof, geloven er voor hem toe doet. Niet voor niets hebben Daniël en Demi ervoor gekozen hun lieve Finn te laten dopen.

 

 

 

 

Waarom en hoe lukt het jullie om in deze tijd te geloven?
Daniël trapt af: ‘Er zijn veel moeilijke vraagstukken in de wereld, waar je wel over móet nadenken. Daarbij is de samenleving heel erg verdeeld, want je moet steeds maar weer voor iets kiezen. Dan kan een steuntje in de rug, of iets om tegen te praten, misschien zelfs advies aan te vragen, ja, dat kan heel erg prettig zijn.’
Annemiek: ‘Het is mooi om te vertellen dat van onze drie kinderen Marcel en Sanne zelf zeiden: ‘We doen ons Vormsel’. En Daniël zei: ‘Ik doe het voor jullie en daarna hoef ik eigenlijk niet meer zo nodig’. En tuurlijk ging hij keurig mee naar de kerk met Kerstmis, zelfs ook tot grote hilariteit… Ik vind het dus heel leuk dat het zo gegroeid is, dat geloven voor hem belangrijk is geworden…’

Daniël vertelt dat hij een kerstborrel had met een vriendengroep en dat een vriend tegen hem zei, dat hij nog nooit in een kerk was geweest. Goed gelaafd met alcohol hebben Daniël en zijn vriend zich toen spontaan in de nachtmis bij Annemiek en de rest van het gezin gevoegd. Hard meezingend en vierend, werd dat heel speciaal, zowel voor de vriend als voor Daniël zelf: ‘ik realiseerde me toen ineens, dat het voor iemand die er niet mee vertrouwd is, iets speciaals is, een heel indrukwekkende ervaring is om te zien, te ervaren, dat je echt bij een gemeenschap hoort.’

‘iets speciaals, dat je echt bij een gemeenschap hoort’

Annemiek vult aan, dat Daniël dat nog een keer heeft meegemaakt, toen hij Demi, zijn vriendin meenam naar de kerk. Daniël vertelt: ‘Demi wilde zelf graag naar de kerk. Ze heeft voor haar jonge leeftijd al heel veel meegemaakt en heeft tien weken hulp gehad voor al deze problemen. Ze is intern geweest waar ze meemaakte dat mensen bidden voor het eten. In het proces van zoeken en omgaan met alles wat ze had doorstaan, ging dat bidden wat voor haar betekenen, ook met steun van mijn moeder, en door er met oma over te praten. Ze vond het wel wat, en na deze weken was ze om! Ik maakte vaak grapjes over het geloof, ook over God. Dan zei ik: dat is een geest in een lamp en als je erover gaan wrijven, dan geeft Hij licht… In de loop van de jaren heeft dat geloven toch stilaan een plekje gekregen.’ Nel voegt toe: ‘En het gaat niet meer over…’

Daniël beaamt dat en vertelt dat hij met zijn moeder en zijn oma veel gesprekken heeft gehad over God en meer, leven na de dood, reïncarnatie, etc. Hij weet heel duidelijk aan te geven dat zijn respect, zijn geloof uitgaat náar Moeder Aarde, en náar God. Annemiek geeft aan dat die twee heel goed samengaan, zelfs veelal samen in voorbeden worden genoemd. Daniël vertelt verder dat het wezen van zijn aandacht, zijn geloof wat aan het verschuiven is van Moeder Aarde, naar God: ‘daar ben ik veel meer tegenaan aan het praten, terwijl ik mijn energie haal uit de aarde’. Energie die ik ontvang uit planten, dieren, wil ik ook graag teruggeven, ik wil me daarvoor inzetten. Dat leidt voor mij tot balans in mijn leven. Maar met complexe vraagstukken die in mijn hoofd zitten, wend ik me tot God, dan heb ik iets van boven nodig. Mijn vraag is dan naar boven, en het antwoord komt dan van boven. Als ik dan eens diep in de put zit, gaat op die manier altijd het zonnetje schijnen. Ik krijg vooral overdag echt kracht, positieve energie van mijn overleden opa en ’s nachts van mijn tante Irene (de overleden jongste dochter van Nel en jongste zusje van Annemiek). Ik weet ook zeker, dat ze bij mij zijn. Annemiek reageert: ‘Oh, wauw!’ Oma Nel is stil en luistert aandachtig.

Annemiek vertelt dat haar God misschien toch nog wel altijd de oude man met de baard is: ‘Zo ben ik grootgebracht. Toen ik tegen de twintig liep, ben ik heel erg op zoek geweest. Nu weet ik zeker, dat ik mijn basis in de katholieke kerk vind, daar heeft mijn wiegje gestaan. Oecumene vind ik wezenlijk, ofschoon ik heel gauw de rituelen mis.’

Van links naar rechts: Marcel en Monique met Ruan, Sanne en Arthur met Rosalie, Daniël en Demi met Finn.

Nel: ‘Ik zou me denk ik ook thuis hebben kunnen voelen bij andere geloven. Ik kom wel uit een echt heel erg katholieke familie, maar er is geen sprake geweest van dwang. En daarom is ons geloof mooi, ruim van geest gebleven.’

Daniël vindt het wel lastig, dat vrijwel alle geloven, dingen strak voorschrijven: het moet zus, het moet zo, in de bijbel, in de koran. Hij zou graag van alles het beste eruit willen pakken en zich daarmee verrijken. Dat is zijn manier van geloven. Hij meldt ook dat hij de protestantse kerk en de oecumene waardeert, maar in de katholieke kerk komt hij echt thuis.

‘Ofschoon ik nog maar 28 ben, heb ik me nooit voor mijn geloof hoeven schamen’, vertelt Daniël. Ik zat op een protestantschristelijke school, maar werd juist heel erg ‘gesupport’ door school en door vrienden bij het doen van mijn 1e Communie en bij het Vormsel. En nog steeds verberg ik mijn geloof niet: ik heb mijn mening, ik kan die goed uitdragen en het boeit me in wezen niet wat iemand van me vindt.’

‘Nog maar 28 jaar oud, heb ik me toch nooit voor mijn geloof hoeven te schamen’

Annemiek heeft dat wel anders ervaren. Ze vertelt dat haar moeder, Nel dus, van de generatie is dat iedereen gelovig was: ‘je ging voor school vaak eerst naar de kerk voor het ontvangen van de communie en vrijwel iedereen die je kende kerkte ’s zondags. Nu zouden we zeggen: je zat in een katholieke bubbel.’ Toen Annemiek 30 jaar geleden in Breukelen kwam wonen, ervoer ze dat de kerk hier conservatiever was dan in het bisdom Rotterdam, maar ze vond er haar plek. Toen ze tien jaar later ging werken op de openbare school Broklede, heeft ze daar eigenlijk nooit meer over het geloof durven praten, wat wel een jaar of tien heeft geduurd. ‘Dat ging bij mij wringen en toen er een studiedag was gepland op Goede Vrijdag, zei ik tegen de rector: alles goed en wel maar om 14.15 uur ga ik weg, want ik wil om 14.30 uur in de kerk zijn. Daarvoor kreeg ik geen toestemming! Mijn reactie luidde: als mijn collega van Marokkaanse afkomst vrij krijgt voor het Suikerfeest, wil ik vrij kunnen zijn voor de Goede Vrijdagviering. En zo is het gegaan. Vanaf dat moment ben ik een meer ‘geëmancipeerde’ katholiek geworden. Ik ben ook weer volmondig ‘Zalig Kerstmis’ en ‘Zalig Pasen’ gaan wensen!’.

‘Vanaf dat moment ben ik een meer ‘geëmancipeerde’ katholiek geworden.’

Daniël concludeert dat het dus niet uitmaakt uit welke tijd je komt, of het moeilijk of makkelijk is om te geloven. Maar, dat het veel meer te maken heeft met de mensen die om je heen staan, of die jou -hoe dan ook- steunen, respecteren…, of je nu gelooft of niet, of je nu groen, geel of paars bent of niet… ‘En dan bedoel ik niet zozeer mensen uit je familie, maar veel meer vrienden en collega’s. Daar respect van, dat is wel essentieel. ‘Door mijn beetje eigenwijze persoonlijkheid durf ik ervoor uit te komen; ik loop er niet mee te koop, maar ik durf het er wel over te hebben.’

‘het heeft veel meer te maken met de mensen die om je heen staan, of die jou -hoe dan ook- steunen, respecteren…,’

Lieve Nel, Annemiek en Daniël,
Op deze plaats bedank ik jullie alvast voor het fijne gesprek.
In gesprek gaan met jullie voelde voor mij als thuiskomen,
de basis die wij delen is zo breed en stevig. Veel liefs!
En Nel, dank je wel voor alles, dat het je -met kracht van Hem, die onze Leidsman is-
heel goed mag gaan!
Margo Birkhoff

Vervolg – Waarom en hoe lukt het jullie om in deze tijd te geloven?
‘In onze families wordt wel heel verschillend over het geloof nagedacht’, aldus Annemiek. Ze vertelt over haar drie kinderen, die dus sinds augustus alle drie voor het eerst vader of moeder zijn geworden: ‘Marcel heeft een houding, alsof het geloof er niet zo toe doet, maar gaat trouw mee in de wensen hierover van zijn vrouw. Sanne wilde zelf heel graag dat Rosalie zou worden gedoopt, terwijl geloven voor haar niet belangrijk leek.’ En Daniël voegt toe dat hij dat voor Finn, samen met Demi, ook van binnenuit wenste. De mooie connectie die zowel Daniël, maar ook Marcel en Sanne ervaren met hun peetouders, heeft zeker met hun wens om hun kind te laten dopen te maken: ‘Zo’n mooie relatie wil je ook graag aan je kinderen doorgeven.’ Annemiek vertelt dat ze óók altijd een hele goede relatie met haar peetouders heeft gehad. Nel vertelt dat haar oma haar peetmoeder was, en dat dat in die tijd heel gewoon was. Ze voegt toe: ‘Ik heb met niemand zo’n goede band gehad als met haar. Nu worden een peter en meter echter veel bewuster gekozen.’

Daniël beaamt dat. De peter van Finn is een goede vriend, Laurens, die streng protestants is opgegroeid. Daniël heeft gemerkt dat het voor Laurens een grote eer is, dat hij de peter van Finn mag zijn. ‘Zijn contact met Finn is zo close, zo fijn, zo lief. Dat is nu al iets bijzonders. Ja ik merk, dat we door deze keuze, Laurens dichterbij halen, houden. En dat is heel waardevol voor ons allemaal: heel mooi, dat de doop dat ook stiekem brengt. De gedachte dat peter en meter er ook zorg voor dragen dat het geloof doorgaat in het kind, heeft mede de keuze voor Laurens bepaald, omdat hij echt gelovig is.’

Daniël ziet het -nu het zo gelopen is- als een voorrecht, dat hij vrijwel tegelijkertijd met zijn broer en zijn zus voor de eerste keer ouder is geworden. ‘We staan als broers en zus heel verschillend in het leven, maar het feit dat we in tien dagen tijd alle drie een kleintje hebben gekregen, maakt dat we nu zo dicht bij elkaar staan: in wat we beleven met onze kinderen, met onze ouders. Het is echt prachtig!’

Nel zit ondertussen te glunderen. Ze geniet enorm van dit fijne gesprek.

We pakken de draad weer op en komen toe aan de vraag ‘Wat geloof je?’.
Nel bijt de spits af: ‘Ik geloof dat ik hier op deze wereld ben, met een doel en dat ik pas doodga, als ik dat doel bereikt heb. Ik moet ook zeggen, dat ik dat doel nog steeds niet zo goed weet. Maar ik geloof dat ik hier ben, om de wereld, nou ja mijn omgeving, een klein beetje beter te maken.’

‘ik geloof dat ik hier ben, om de wereld, nou ja mijn omgeving, een klein beetje beter te maken.’

Daniël: ‘Nou, wat een lastige vraag, als mijn grootmoeder daar al niet uit komt… Ja, je bent hier om een bijdrage te leveren aan het grote geheel. En wat dat dan is: Joost mag het weten… Ik heb die vraag ook wel, wat is mijn opdracht, mijn ‘purpose’ waarvoor ik hier ben? Ik vind het soms ook heel frustrerend, dat ik dat niet weet.’ Nel reageert, dat het woord opdracht wel heel zwaar klinkt… Daniël: ‘Ja maar als je het doel zou weten, zou je er wel beter naar kunnen handelen. Maar ja, waarschijnlijk als je je doel bereikt hebt, dan is het klaar!’. Nel: ‘het is in ieder geval duidelijk dat je hier niet voor niets bent; je bent een radertje in een groot geheel, en dat probeer je zo goed mogelijk te doen.’

Hoe denken jullie, dat onze kerken, onze geloofsgemeenschappen er over tien jaar bijstaan? En, heeft een zondagse viering dan nog bestaansrecht?
Daniël vertelt dat hij uit een hele andere maatschappij komt dan zijn moeder en zijn oma. Hij werkt al 12 jaar in de horeca en werkt dus ’s avonds, in het weekend, met feestdagen, kortom, als anderen vrij zijn. ‘Feestdagen vind ik belangrijk, maar de zondag als rustdag, als religieuze feestdag, gaat voor mij niet op. Dan ben ik vrij, dat is mijn weekend. Ik leef in een 24-uurs maatschappij en wil graag om elf uur ’s avonds naar AH kunnen. Die specifieke rustdag, die heb ik niet nodig. Wij, mensen van deze tijd, gaan meer in één ruk door.’
Annemiek grijpt in: ‘Ik denk dat die rustdag heel erg belangrijk is.’ Daniël vraagt zich af, of die per se op zondag moet… Annemiek geeft toe, dat dat niet per se hoeft. Daniël vervolgt: ‘Waarom is dat moment van bezinning -waarvan ik weet, dat dat voor mijn moeder de kerk is- waarom wordt dat zo specifiek op één dag gezet, terwijl mijn generatie niet kijkt naar specifieke dagen, wij pakken ons moment, als de tijd daarvoor geschikt is. Als ik om 16.00 uur moet gaan beginnen, de kleine naar de opvang is en Demi aan het werk, dat is mijn tijd om te bezinnen. Als mij op dat moment iets wordt aangeboden, dat me kan raken in mijn geloofsovertuiging, dan zou ik daarnaar kijken. En niet op de zondag, want zoals gezegd dat is onze vrije dag.’ Annemiek geeft aan dat online-vieringen in deze heel wat toevoegen, want mensen kunnen zo op hun eigen tijd kijken, vieren.

‘of die rustdag per se op zondag moet…’

Annemiek vertelt dat ze het heel prettig vindt om juist op zondag in de kerk te zitten, en onderdeel van die gemeenschap uit te maken. ‘Bij mij past die zondag ook heel goed in mijn ritme, omdat ik in het onderwijs werk en op zondag altijd vrij ben.’ Nel denkt terug aan de tijd dat ze in de verpleging zat. ‘De zondagse viering schoot er toen regelmatig bij in. Dat voelde niet als een probleem omdat er doordeweeks ook heel wat momenten waren om te kerken en te vieren. Het aanbod was wat dat betreft toen heel groot.’

‘heel prettig vindt om juist op zondag in de kerk te zitten, en onderdeel van die gemeenschap uit te maken’

Samenvattend constateren we dat de zondagse viering voor Daniël niet veel bestaansrecht heeft… Annemiek vertelt daarentegen, dat het zondagse uur in de kerk haar heel veel brengt: verstilling, inspiratie, voeding, opnieuw horen van wijsheden, een voorgehouden spiegel, ja, terugkomen bij zichzelf. Nel vertelt dat al jarenlang het 1e uur van de dag voor haarzelf is. Ze brengt dat door met een stukje meditatie, door te lezen, door te bidden. ‘Dat brengt me rust, meer rust dan in de kerk, want daar voel ik me er altijd weer verantwoordelijk voor dat alles goed gaat. Maar het daar zijn, en het contact met anderen is van groot belang voor mij.’ Daniël vraagt zich af, of zijn moeder het naar de kerk gaan voor zichzelf doet of voor het samen gemeenschap zijn. ‘Natuurlijk, als ik de kerk binnenga, dan kom ik in een andere ‘mindset’, dat doet me iets. Maar met de gemeenschap heb ik geen enkel aanknopingspunt.’ Annemiek: ‘En ik kan níet geloven zonder die gemeenschap. Dit zo samen is een stukje van mìjn geloof, zoals we er hier met elkaar over praten. Dat dat dan in de ONE komt is leuk, maar het gesprek op zich, dat is voor mij ook geloven. Ik heb deel uitgemaakt van een bijbelgroep: heerlijk vond ik dat, daar met anderen delen in geloof.’ Daniël: ‘ik begrijp dat je in gesprek met elkaar op andere ideeën komt. Maar ik zoek dat op het internet, via Google vind ik altijd wat ik zoek en als een spons zuig ik dat op; dat werkt voor mij echt verdiepend.’ Annemiek zoekt echte interactie met anderen en vertelt hoe ze van een geloofsreis naar Assisi genoten heeft. Daniël begrijpt deze beleving. Hij zoekt die echter niet op een regelmatige basis. Tegelijkertijd vond hij de voorbereiding van de doop van Finn enorm boeiend.

Jouw manier van geloven, Daniël, is dus vrij solitair?
Daniël: ‘Dat is te extreem. Er een keer over praten, uitgedaagd worden om er opnieuw over na te denken. Dat vind ik wel lekker. Over het algemeen, geloof ik vanuit mezelf. Buiten het feit dat ik heel veel lieve mensen om me heen heb, waar ik heel veel van houd, geldt voor mij: je bent hier alleen gekomen en je gaat alleen weer weg. Je mag die levensreis beleven met een selecte groep mensen, maar uiteindelijk komt het toch op jezelf aan, gaat het om jouzelf, hoe jij jezelf verrijkt om een beter mens te worden. ‘En ik geloof echt’, aldus Annemiek, ‘dat je geloof moet voeden, dat je er iets voor moet doen om het te onderhouden.’ Daniël: ‘Het is misschien toch dat zaadje dat jullie bij mij geplant hebben, met de verplichting om tot mijn 18e met Kerstmis en Pasen mee naar de kerk te gaan, met de bewuste keuze om mij te laten dopen; dat is zo’n stevige basis, daar kan ik op voortborduren. En dat heeft ons nu tot de keuze gebracht om Finn te laten dopen, of we later ook gaan besluiten om Finn zijn 1e Communie te laten doen… geen idee.’

‘En ik geloof echt, dat je geloof moet voeden, dat je er iets voor moet doen om het te onderhouden.’

Hoe gaat geloof door? Wat doe je daaraan, wat ga je eraan doen, Daniël, je hebt een zoon van tien maanden?
Daniël: Ik denk dat, net als mijn moeder en mijn oma, je op je best mogelijke manier jezelf probeert te verkopen aan je kind. Jouw gedachtegang, jouw ‘beste ik’ probeer je over te dragen, mee te geven aan je kind, en dat betreft alles: politiek, alles wat je leuk vindt en ook een stuk geloof, want dat is voor mij van grote waarde. Dat doe je eigenlijk onbewust…’
Annemiek is het daar niet helemaal mee eens: ‘door daadwerkelijk met jullie naar de kerk te gaan, hebben wij ook bewust geloof proberen door te geven. En nu, ook al heb jij de gemeenschap niet zo nodig, voel je je daar toch nog steeds thuis.’

Lieve Nel, tot slot, hoe is het jou gelukt om je geloof door te geven?
Nel doet daar niet gewichtig over: ‘de omgeving heeft enorm meegeholpen om het geloof door te geven. Het hoorde erbij. Het ging een beetje vanzelf. School deed er goed in mee. Er werd veel over gepraat. En ik heb door al mijn activiteiten altijd in die wereld van kerkzijn geleefd… Het is nu veel moeilijker. Op de basisschool wordt er niets meer aan gedaan. Geloven was meer onderdeel van het gewone leven.’ Annemiek vult aan dat mensen niet meer echt voor een geloof kiezen en zo’n keuze veel meer aan hun kinderen zelf overlaten, met als effect dat het er nooit meer van komt…’

Lieve Nel, Annemiek en Daniël,
Wat een fijne ontmoeting, wat een mooie zomerse avond,
wat kan geloven een voorrecht zijn. Dank jullie wel! Veel liefs,
Margo Birkhoff