Brief van pastoor Griffioen; Help! Mijn kerk staat in brand…


Het is nog maar een korte tijd geleden, dat de prachtig gerestaureerde kerk van Bovenkerk (waar ik korte tijd pastoor heb mogen zijn) in brand is gevlogen. De beelden van de mensen, geraakt tot in het diepst van hun ziel, zal mij nog lang bijblijven. Samen met de foto’s van de enorme schade die aan dit prachtige gebouw is aangericht. Je kijkt door het dak zo naar binnen en ziet de grote schade die de brand heeft veroorzaakt. Mensen, kerkelijk en niet-kerkelijk, die jaren hebben meegewerkt – op welke manier dan ook aan de restauratie van HUN kerk – zijn uit het veld geslagen en vragen zich af: hoe verder?

Dat gevoel en die vragen bekruipen mij ook als ik de nieuwsberichten over onze Kerk volg die de laatste weken ons overspoelden:

  1. Rapporten over seksueel misbruik uit binnen- en buitenland halen de voorpagina’s;
  2. Slachtoffers worden opnieuw geconfronteerd met hun trauma’s, oude wonden worden weer opengereten en nieuwe wonden worden gemaakt;
  3. De analyse van onze kardinaal over het aantal open te houden kerken raakt velen tot in het diepst van hun wezen;
  4. Het interview met de kardinaal gaf bekende Nederlandersreden tot een reactie en ze verlieten onze kerk met veel ophef: Klaas Dijkhof, Albert Verlinde, Peter van der Vorst; het beheerste het nieuws; de brand werd alleen maar groter!
  5. Bisschoppen (Nederlandse) die elkaar in het openbaar afvallen en zelfs beschuldigen;
  6. Paus Franciscus die openlijk wordt aangevallen door kardinalen en bisschoppen. Ja, je kunt terecht uitroepen; Help! Mijn kerk staat in brand.

Sussende woorden en berichtgevingen, dat het soms oud nieuws is, wat ournalisten schrijven; de verklaring van de Nederlandse bisschoppen hoe goed zij het wel niet hebben gedaan na het losbarsten van het bekend worden van seksueel misbruikt; de opmerking, dat er een gesprek komt tussen de kardinaal en Klaas Dijkhof; het blust de brand niet die voortwoekert. Het zijn druppeltjes in een grote kerkbrand. En velen staan machteloos toe te kijken, terwijl ze graag willen helpen blussen.
De brand werkelijk blussen vraagt om veel meer. Dat red je niet met wat sussende woorden en verklaringen.
Daar is echt meer voor nodig.

  • In alle berichtgeving van de kerkelijke overheid heb ik veel gemist over het medeleven met de slachtoffers van dat misbruik. Ik lees alleen maar over hoe goed de kerkelijke leiding het wel niet heeft gedaan met het instellen van de commissie Deetman, niets lees ik over de gevoelens van de slachtoffers, waarvan velen alles weer herbeleven;
  • ik heb in de reële en terechte analyse van onze kardinaal over de toekomst nogal wat opmerkingen gemist, die ik van een echte herder graag had gehoord:
    • over mensen die hun schouders nog steeds onder hun geloofsgemeenschap houden en daarmee veel, heel veel goed werk verzetten;
    • over initiatieven van velen die zoeken naar nieuwe wegen van geloven en gemeenschap zijn;
    • over de belofte die Jezus ooit heeft gedaan: “Ik zal met u zijn tot aan het einde der dagen”;
    • over onze kerk, die niet alleen maar mensenwerk is, maar ook op God mag vertrouwen;
    • Het vertrouwen dat werkelijk hoop geeft op toekomst, opmerkingen in de trant van “wees niet bang, er is toekomst hoe dan ook…”
  • Is dat niet de taak en de verantwoordelijkheid van een brandweercommandant? Niet alleen constateren dat de kerk in brand staat? Maar ook dusdanige richtlijnen geven dat de schade zoveel mogelijk wordt beperkt? Dat mensen er vertrouwen in houden dat het op de een of andere manier goed zal komen? Ook al wordt het waarschijnlijk allemaal maar anders?

Oproepen tot gebed voor die kerk die in brand staat. Geloof, hoop en liefde uitstralen. Nabij zijn aan hen die het meest geraakt worden en hen een hart onder de riem steken. De brandweermensen aan de basis bedanken voor hun grote inzet en ze niet in de hitte van de strijd lastig vallen met wat de regels zijn om een brand te blussen. Daar hoort toch een goede brandweercommandant te doen: net zoals de goede herder uit het evangelie die zorg heeft voor zijn schapen?

Als pastoraal team sluiten wij onze ogen niet voor de werkelijkheid; ook wij zien dat de aantallen afnemen, dat samenwerking tussen gemeenschappen en werkgroepen geboden is. Dat het niet meevalt om nieuwe vrijwilligers er bij te betrekken. Maar ook dat er nog in alle locaties vitaliteit is om GELOOFSGEMEENSCHAPPEN, – haarden en kernen van kerk-zijn – te behouden. Met of zonder kerkgebouw is dan een vraag van en heel andere orde. Daar moeten ook wij in de toekomst in alle openheid en samenwerking en met veel creativiteit en vertrouwen aan bouwen. Er gebeurt nog zoveel moois, zoveel goeds… Dat hebben wij, dat heb ik, allemaal gemist in de berichtgeving over mijn kerk die in brand staat.

Als pastoor ben ik trots op het vele en goede werk dat wordt verzet in onze parochie. Ik heb vertrouwen in de toekomst. Waarschijnlijk kent u daarbij mijn gevleugelde uitspraak wel, ontleed aan de heilige paus Johannes XXIII. Staande voor het raam ging hij ’s avonds slapen en sprak dan de beroemde woorden: “Heer, ik ga slapen. Ik doe dat in rust en vertrouwen. Want het is niet mijn kerk, maar uw kerk! “

Uit mijn geloof in die liefdevolle God, put ik mijn hoop om in liefde verbonden met u allen vol vertrouwen de toekomst tegemoet te gaan.

Gerard Griffioen,
Pastoor.